Onder- en overstimulatie, soms een moeilijk onderscheid!


We horen het vaak: bied je hond meer uitdaging! Hersenwerkjes, clickeroefeningen, zoek- en speurspelletjes, dit zijn allemaal dingen die een hond mentaal uitdagen en die veel honden ook nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan werkhonden zoals een Border Collie, Mechelse Herder of Australian Shepherd. Of jachthonden zoals een Duitse Staande hond, Engelse Setter of Hongaarse Vizsla. Dit soort honden heeft vaak niet genoeg aan het standaard rondje om het blok elke dag, en zullen als ze niet voldoende lichamelijke en geestelijke uitdaging krijgen, gefrustreerd worden. Die frustratie kan zich op allerlei manieren uiten: de hond kan rusteloos in huis rondlopen, kan dingen gaan slopen, kan overmatig gaan blaffen naar wat er langs het huis voorbij komt, kan tijdens het uitlaten enorm gefixeerd raken op andere honden, katten of verkeer, kan uitvalgedrag gaan vertonen, noem maar op. Vaak is het aanbieden van meer mentale uitdaging dan ook onderdeel van, of een aanvulling op, een door ons geadviseerde therapie. 

 

 

Waarom mentale uitdaging en

geen lichamelijk uitdaging? 

 

Natuurlijk moet een hond ook zijn energie lichamelijk kwijt kunnen, door lekker los van de riem te kunnen rennen en spelen, eventueel met andere honden samen, als hij hier sociaal vaardig genoeg voor is. Alleen in het geval van honden met een hoge werk- of jachtdrift is er vaak ook sprake van een hoge mate van opwinding. Ga je heel lichamelijk actieve uitdaging bieden, zoals steeds achter elkaar met een bal gooien, dan raakt het lichaam van de hond uiteindelijk wel moe, maar zijn hoofd is juist nog meer in staat van opwinding! Een uitdaging waarbij de hond op een wat rustiger manier zijn neus moet gebruiken daagt hem mentaal uit, en maakt hem ook mentaal moe, zonder hem compleet af te matten. Dit zijn activiteiten als speuren, een snuffelmat met lekkers erin aanbieden of een gevulde Kong leeg zien te krijgen.

Goed, nu weten (aanstaande) eigenaren van werk- of jachthonden vaak al een heleboel van het ras, ze lezen zich goed in, weten waar dit soort honden behoefte aan heeft en schaffen van alles aan: een Kong, een voedselbal, een trektouw, kauwbotten, een dummy. Ze komen goed beslagen ten ijs! Ook is er meestal al een bepaalde cursus op het oog, bijvoorbeeld een jachttraining of behendigheid. Deze hond heeft uitdaging nodig!

 

Hoe kan het dan dat het soms toch heel anders uitpakt? 

Een tijdje geleden werd ik benaderd door de eigenaar van Siep, een Vizsla reutje van 16 weken oud. Hij was zo druk, onstuimig en happerig! Ze wist niet meer wat ze moest doen, hij bleef aan de gang, alsof hij onvermoeibaar was. Dit terwijl ze toch veel met hem deden, ze deed een jachttraining met hem, had veel speeltjes, kauwbotjes en een Kong aangeschaft, de kinderen speelde ook met hem en ze liet hem genoeg uit. Het happen was op de handen en voeten van de gezinsleden gericht, bij de jachttraining hadden ze het advies gekregen dit te straffen door hem op zijn rug te leggen, maar zelf had ze het gevoel dat dit het alleen maar erger maakte. Zelf hadden ze al geprobeerd om hem af te leiden met een speetje, ‘nee’ te roepen, of weg te lopen. Het had niet veel effect.. Wat haar ook opviel was dat het gedrag van de pup het heftigst was in de namiddag, dan begon ‘het feest’.. 

 

We spraken dan ook af dat ik rond die tijd bij haar thuis zou komen voor het gedragsconsult. Ik kwam binnen, Siep zat in de bench, zoals ze altijd deed als er bezoek binnenkwam. Dit is een heel goede manier voor een onstuimige hond, Siep was ook vanaf het begin gewend aan de bench. Hij was wel erg nieuwsgierig naar mij, en toen ik op de bank ging zitten en hij wat rustiger werd, mocht hij erbij. Een wervelwind van een Vizslapup bestormde me! Wat een enthousiasme, hij likte, sprong op, begroette me vol overgave. Het duurde niet lang of ik zag het gedrag waarom het ging: happen in de handen van mij, de eigenaresse en haar tienerdochter. Het was speels, nog niet heel hard, maar puppytandjes voel je al snel! En als de opwinding toeneemt neemt ook de kracht van het happen toe..

 

 

Ik vroeg naar de dagelijkse routine, de pup ging zo’n 9 tot 10 keer per dag naar buiten, ook vanwege de zindelijkheidstraining natuurlijk, maar zeker 4 of 5 keer wel zo’n half uur lang. Tussendoor speelde ze met Siep, deed ze oefeningen en liet ze hem zelf spelen. Ook deed ze hem geregeld in de bench om hem te laten slapen. In het weekeind was de jachttraining, hiervoor hadden ze gekozen om aan zijn jachtinstinct gehoor te geven, het is immers een Vizsla. 

 

Hoewel het zo goed bedoeld is, was Siep eigenlijk over-gestimuleerd, juist doordat de eigenaren hem niet wilde onder-stimuleren! 

Ik legde uit dat slaap enorm belangrijk is, en dat het nodig is voor het verwerken van prikkels. Siep wat korter uitlaten, vooral tegen het eind van de dag, leek me een goed begin. Siep is een pup, en kan nog snel overprikkeld raken. Hij heeft nog niet het inzicht om zelf rust te pakken, raakt overprikkeld en dit uit zich in hapgedrag. Afleiden met een speeltje kan misschien kort werken, maar doet niets aan de oorzaak: de pup is overprikkeld. Ik legde uit dat het van belang is om te anticiperen, zorg ervoor dat Siep gaat rusten voordat hij helemaal overprikkeld raakt. Voor een hondje als Siep is het daarom echt aan te raden om vaste rustmomenten in te gaan lassen, waarop hij even niets kan, en zal gaan slapen. Bijvoorbeeld na het wandelen, na het doen van (clicker)oefeningen en na het spelen. Siep was al goed aan de bench gewend, maar ik adviseerde om hem toch vaak nog wat lekkers in de bench te geven, zodat hij er geen afkeer van krijgt. 

 

Hoewel de eigenaar het zelf al niet meer deed, gaf ik nog wel even aan dat het belangrijk is om het hapgedrag niet meer fysiek te straffen. Zoals de ze zelf al gemerkt hadden roept dit alleen maar meer opwinding en hapgedrag op. Daarnaast kan het de relatie verstoren, Siep kan bang worden en daarom juist sneller gaan bijten. Het happerige gedrag van Siep is niet iets wat hij uit agressie of gemenigheid naar hen doet, dat was belangrijk voor haar om te horen. Wat jammer dat ze via de jachttraining nog zulke verouderde adviezen kregen. We gingen wat dieper in op de jachttraining, en het bleek dat de motivatie voor het doen van deze cursus was dat ze Siep tegemoet wilde komen in zijn jachtinstinct, dat ze hem niet wilde onder-stimuleren. Ik gaf aan dat het op dit moment misschien allemaal nog een beetje te veel is voor hem, dat hij als hij een jaar verder is, ook echt nog wel jachtinstinct heeft een dat ze voor nu zich beter kunnen richten op het samenwerken met Siep, op een manier die beter bij hun aansluit.

 

Omdat we als kynologisch gedragstherapeut weten dat het belangrijk is om verder te kijken dan het gedrag alleen, vroeg ik ook naar wat medische zaken. Het bleek dat Siep best veel poepte op een dag, en dat de ontlasting ook niet altijd even stevig was. Dit kan duiden op de parasiet Giardia. Juist pups en jonge honden die besmet zijn met Giardia kunnen happerig gedrag gaan vertonen. Belangrijk dus om door de dierenarts te laten onderzoeken!

Daarnaast is 16 weken de leeftijd waarop de tandjes gaan wisselen, wat ook weer voor happerig gedrag kan zorgen.

 

Ik weet uit ervaring, ik heb zelf ook een Vizsla, dat het niet perse de makkelijkste honden zijn, en mijn eigen hond heeft me toen hij nog pup was ook wel eens tot wanhoop gedreven. Een Vizsla is op de leeftijd van 3, 4 jaar geestelijk volwassen, het heeft echt wel wat tijd nodig voordat de hond is zoals hij kan zijn. Het is doorzetten, maar het komt goed! Dit gaf haar weer hoop. Naderhand is er onderling nog contact geweest over de ontwikkeling van Siep, het ging al stukken beter! Ze waren nog meer bewust met rust en regelmaat bezig, en begonnen bij een andere hondenschool, waar ze erg blij mee waren.

 

 

Zo zie je dat het onderscheid tussen onder- en overstimulatie soms niet makkelijk te zien is voor een eigenaar, en dat in alles juist heel goed willen doen ook het gevaar van overprikkeling schuilt. Alles draait om de juiste balans!

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0